“Durf denken”?

De leuze van de Universiteit Gent is ‘durf denken’. Ik ben het daarmee eens, op voorwaarde dat dit gepaard gaat met de imperatief ‘leer denken’. Zoals de lezers van mijn blog al wel weten, denk ik evenwel niet dat de universiteiten vandaag plaatsen zijn waar de durf en het vermogen tot denken sterk vertegenwoordigd zijn wat de menswetenschap betreft… Wat betekent het eigenlijk concreet, ‘durven denken’? Ik zet een aantal punten op een rij die daarbij van cruciaal belang zijn.

1. Durf kiezen. Wees geen ambtenaar die verschillende theorieën bij elkaar optelt en van elkaar aftrekt en zelf niet tot reële vorderingen komt. Kies voor de beste theorie die je kent en bouw daarop voort, tenzij je echt met iets beter geconfronteerd zou worden. Zeker, het is zeer comfortabel om geen echt denken te hebben. Wie berust in lege ‘meta-posities’ krijgt met niemand ruzie en kan het denken beleven als een supermarkt waar toch wel elke dag ‘iets nieuws’ klaar staat zeker…, maar zo iemand zal nooit de echte vreugde smaken om reëel inzicht te verwerven. Sta er om te beginnen voor open dat reëel inzicht en vreugde om het weten mogelijk zijn, want in postmoderne tijden verwacht men dat doorgaans niet eens meer.

2. Durf ‘onbeleefd’ zijn (in de eerste plaats ten aanzien van jezelf). In de menswetenschappen kan je ver komen met gezever als je het maar intelligent aanpakt. Een betoog dat niet al te overduidelijk ‘debiel’ in elkaar zit, wordt doorgaans – als het niet te veel stekels bevat – met open armen ontvangen als ‘discussiestof’. Laat je daar niet door misleiden en neem de verslaving van de ‘discussie’ niet over. Ga resoluut na of je betoog werkelijk steek houdt en anders: zwijg. En eis hetzelfde van anderen: geef geen legitimiteit aan dingen die dat niet verdienen, ook als dat wel te doen de ‘atmosfeer’ en de ‘samenwerking’ bevordert.

3. Durf lezen wat je leest. Sommige gedachten die je je eigen zou kunnen maken bij het lezen van auteurs, weren we haast instinctief af omdat we beseffen dat die ideeën ons ‘onmogelijk’ zouden kunnen maken. Wie Plato leest, ontdekt dat er uitstekende, m.i. nog nooit weerlegde argumenten zijn tegen de democratie, die bovendien een gigantische impact hebben, zelfs in de eerste plaats buiten het politieke in de enge zin om. Ga er niet meteen van uit dat standpunten uit het verleden ‘uiteraard’ niet meer ingenomen kunnen worden, vraag je veeleer af in hoeverre onze dwalingen niet al lang zijn voorzien door genieën uit het verleden.

4. Durf jezelf op het spel zetten. Het is een manifeste leugen en vanuit Girard zou ik zeggen een romantische illusie dat een mens over de mens (maar zelfs ruimer: over de wereld) zou kunnen denken zonder zichzelf erbij te betrekken. Elk denken dat waarde heeft laat de denker niet ongemoeid. Het denken ontwikkelt zich steeds in co-evolutie met de denker. Wie zijn denken wil verbeteren op een fundamentele manier, zal in zijn eigen bewustzijn moeten snijden, zowel in de illusies op psychologisch en relationeel vlak als in de banden met de mythe die eveneens de eigen psyche aansturen. Vertrouw niet het ambtelijke denken dat dit instinctief vermijdt. Vertrouw evenmin tendensen om zich op te sluiten in specialismen of zich te beperken tot onderzoek op het niveau van de vierkante millimeter: dergelijke voorkeuren in naam van de nauwkeurigheid bewijzen vooral dat men het belangrijjkste ontvlucht (en wat levert exactheid zonder inzicht op?). Wees overigens wel exact. (Maar op basis van inzicht, dus.)

5. Neem contradicties en tegenindicaties ernstig. Wie zijn denken wil verkopen in plaats van verbeteren doet er goed aan om alles wat tegen dat denken ingaat, weg te moffelen of contradicties zo snel mogelijk van een uitleg te voorzien die hen aan het oog onttrekt. Geef niet toe aan die neiging. Om goed te denken, heb je moed nodig. Spring midden in je gemakzucht en ga er de strijd mee aan.

6. Fantaseer niet. Het is opvallend hoeveel denkwijzen men heeft uitgevonden die onderliggend puur autoreferentieel van aard zijn. In ‘de mythe van het pluralisme’ geef ik wat dat betreft enkele voorbeelden uit de filosofie en de ‘literatuurwetenschap’. Zorg dat je steeds vanuit wetten en mechanismen denkt en niet vanuit abstracties die zichzelf op een leugenachtige manier ‘geloofwaardig’ maken zoals in vroegere tijden begrippen als ‘ziel’, ‘God’, ‘zondigheid’,… dat deden. Als je geen wet of mechanisme of logische basis aan kan geven voor wat je aan het vertellen ben, ga er dan gerust van uit dat je aan het zeveren bent.

7. Kies voorbeelden. Duizenden jaren denken zijn ons voorafgegaan. Het moge dan wel zijn dat de filosofieën en menswetenschappen van de laatste honderd jaar – op enkele uitzonderingen na – ons weinig te bieden hebben -, dat neemt niet weg dat we ezels zijn wanneer we zelf het warm water opnieuw willen uitvinden als Johannes en Shakespeare ons vooraf zijn gegaan. Echter: misbruik denkers uit het verleden niet om aan het eigen kromdenken en de toevallige modes rondom je wat meer legitimatie te verschaffen. Wees écht geïnteresseerd in wat ze te vertellen hebben. Neem er de tijd voor. Het komt er niet op aan volgende maand of volgend jaar al iets te zeggen, weiger je te laten opjagen en per se ‘productief’ te zijn, maar haal een grote oogst binnen na vele jaren studie.

8. Weiger gezagsargumenten. Vertrouw er niet op dat aan universiteiten en instellingen het meest zinvolle denken te vinden is. In elk systeem is opstijgen in de hiërarchie gebonden aan het produceren van ‘gewenste’ aanpassingen. Wat de kennis over de mens betreft, betekent dit dat enkel in een context waarin die waarheid al gevonden is en in de praktijk wordt omgezet die hiërarchie betrouwbaar is. Dat is vandaag niet het geval. De universiteiten vormen een ernstig beletsel voor wie de waarheid wil ontdekken, omdat ze de mythe van de maatschappij koppelt aan het imago van ‘legitiem denken’. De leegte van dit imago blijkt uit de dominantie van gezagsargumenten binnen het universitaire denken zelf. Esse est percipi en het hengelen naar goedkeuring van anderen zijn daar voortdurend aan de orde en gelden als maatgevend voor ‘kwaliteit’.

9. Weet wat je wil. We gaan er veel te gemakkelijk van uit dat we inzicht willen en dat we kennis willen verzamelen. De mens zit zo niet in elkaar. Onderliggend horen we doorgaans het liefst dat we goed bezig zijn, dat we wel wat ‘correcties’ of ‘aanvullingen’ kunnen gebruiken maar niet dat we fundamenteel verkeerd zouden zitten. De waarheid laten we veelal maar toe in de mate dat die ‘coöperatief’ is. Wees je bewust van de zeldzaamheid van een waarachtig streven naar inzicht en bepaal dan of je dat echt wil en schat realistisch in hoever je daarin durft gaan. Geef je niet uit voor iets wat je niet bent. (Zo weet ik zelf dat ik weliswaar ver durf gaan, veel verder dan gemiddeld zelfs, maar toch voor bepaalde aspecten en implicaties terugdeins, precies omdat het bij dit alles niet gewoon over ‘theorie’ gaat.)

10. Heb veel geluk. (Dat is eigenlijk het voornaamste…)

Advertenties